Dagelijks met kinderen toeleven naar Pasen

Elke dag even een moment met de kinderen om samen het paasverhaal te beleven. Zo kun je dat samen doen, met één of meer kinderen:

Voorbereiding:

  1. Print het blad met de Bijbeltekst en de verwerking uit
  2. Bepaal of je het verhaal zelf met de kinderen wilt uitbeelden met eigen speelgoed (Duplo, Lego, Playmobil, ander speelgoed). Let op: Dit is al een werkvorm op zich! Je zult goed moeten kijken wat je allemaal nodig hebt.

Lijstje met ‘benodigde figuren’ (en natuurlijk kunnen sommige figuren ook een ‘dubbelrol’ spelen):

  1. Jezus
  2. Petrus en Judas (evt. Johannes/ leerlingen)
  3. vrouwen (rollen: Maria’s, slavinnen, vrouw van Pilatus)
  4. Farizeeën/ (hoge)priester
  5. Pilatus, soldaten
  6. Barabbas/ misdadigers
  7. ‘volk’

Daarnaast kun je ook allerlei attributen erbij zoeken, zoals een ezel, het kruis, een graf, etc. etc. Laat bijvoorbeeld het ene kind opschrijven wat ze nodig hebben voor de uitbeelding en een ander kind die dingen zoeken.

Leg alles alvast klaar voordat je met het verhaal begint.

Werkvorm:

  1. Ga samen aan tafel zitten, laat de foto zien (bijv. op een laptop)
  2. Laat een ouder kind het verhaal voorlezen (of lees het zelf voor)
  3. Speel evt. met eigen speelgoed het verhaal na
  4. Praat samen door over de kijk- en praatvragen (geef elk kind een eigen vraag en probeer aan te sluiten bij wat bij het kind past)
  5. Luister en/of zing evt. samen de liedjes en doe evt. de opdracht

Statie 1: Jezus rijdt Jeruzalem binnen

Marcus 11: 7-10 en Lucas 19: 39-40 en 45-46

 7De ​leerlingen​ brachten de ezel bij ​Jezus. Ze legden hun jassen op de rug van de ezel, en ​Jezus​ ging erop zitten.

8Veel mensen legden hun jas op de weg. Anderen plukten takken met bladeren en legden die op de weg. 9Ze liepen voor ​Jezus​ uit en achter hem aan. Ze riepen: ‘Alle eer aan God! Leve de man die door God gestuurd is. 10Leve het nieuwe koninkrijk van onze voorvader ​David. Alle eer aan God in de hemel!’

39Tussen de mensen stonden ook een paar ​farizeeën. Zij zeiden tegen ​Jezus: ‘Meester, zeg tegen uw ​leerlingen​ dat ze stil moeten zijn!’ 40Maar ​Jezus​ antwoordde: ‘Luister naar mijn woorden: Als mijn ​leerlingen​ stil zouden zijn, dan zouden de stenen gaan juichen en roepen!’

45Daarna ging ​Jezus​ de ​tempel​ binnen en begon de handelaars weg te jagen. 46Hij zei tegen hen: ‘In de ​heilige​ boeken staat: «Gods huis is een plaats om te ​bidden.» Maar jullie hebben het veranderd in een huis van ​dieven!’

Kijkvragen:

  1. Heb je al gezien op de foto wie Jezus is? Waar zie je dat aan?
  2. Waar rijdt Jezus naar toe? Waar zie je dat aan?
  3. Zie je dat de mensen blij zijn? Welke mensen zijn er niet blij?

Praatvragen:

  1. Waarom is Jezus zelf eigenlijk niet blij?
  2. Waarom jaagt hij de handelaars weg uit de tempel?
  3. Waar kun jij mee laten zien dat je blij bent dat Jezus koning is?

Liedjes over de intocht om te luisteren of samen mee te zingen:

https://youtu.be/oBz2X9dEJqU

https://youtu.be/a1N_Kz4CmFM

https://youtu.be/B71oCQ4Obyg (voor de ouderen)

 

Statie 2: Het avondmaal

N.a.v. Lucas 22: 14-23 Johannes 13: 12-15 en 30 (BGT)

’s Avonds ging ​Jezus​ samen met de ​leerlingen​ aan tafel. Hij zei: “Hier heb ik naar verlangd! Ik wilde samen met jullie de ​paasmaaltijd​ vieren, voordat mijn lijden begint. Luister naar mijn woorden: Ik vier dit feest pas weer als ​Gods nieuwe wereld​ gekomen is.”

Jezus deed een kleed om en pakte een schaal met water. Hij begon de voeten van de leerlingen te wassen. Toen Hij klaar was zei Hij: “Ik ben jullie ​Heer​ en jullie meester, en toch heb ik jullie ​voeten​ gewassen. Daarom moeten jullie ook elkaars ​voeten​ wassen. Ik heb jullie het goede voorbeeld gegeven. Wat ik voor jullie gedaan heb, dat moeten jullie ook voor elkaar doen.”

Toen nam ​Jezus​ een brood. Hij dankte God. Hij ​brak het brood​ in stukken, deelde het uit en zei: “Kijk, dit brood is mijn lichaam.” En Hij gaf hen een beker met wijn waar ze uit dronken. Jezus zei:  “Ik zal sterven voor jullie. Maar daardoor zullen jullie gered worden. Dat heeft God beloofd. Daarom vraag ik jullie om dit te blijven doen: Samen brood te eten en wijn te drinken. Denk dan aan Mij en aan wat Ik voor jullie heb gedaan.”

Jezus​ zei ook: “De man die Mij aan de soldaten zal uitleveren, zit hier met Mij aan ​tafel.” Daar schrokken de leerlingen van. Ze begonnen met elkaar te praten: “Wie zou dat zijn?” Jezus wist alles en zei tegen Judas: “Ga maar doen wat je moet doen.” En toen ging Judas weg.

Na de maaltijd zongen ze samen en gingen naar de tuin waar Jezus wilde bidden.

Kijkvragen:

  1. Zie je het water en de kan met de witte doek waarmee Jezus de voeten van de leerlingen heeft gewassen?
  2. Wie loopt daar weg? Wat gaat hij doen, denk je?
  3. Welk dier zie je?

 

Praatvragen:

  1. Heb jij wel eens iemands voeten gewassen? Hoe zou je dat vinden?
  2. Jezus zegt dat we zijn voorbeeld moeten volgen. Wat zou Hij daarmee bedoelen?
  3. Het is best moeilijk wat de Here Jezus hier allemaal zegt over het avondmaal en de andere dingen. Praat er samen over door. Komen jullie niet uit een vraag, laat papa of mama die aan de dominees stellen.

 

Puzzel (vanaf groep 4):

Elke dag zie je een dier op de foto. Vul de letters daarvan in op het puzzelblad: Puzzelblad

Het belangrijkste dier van gisteren weet je vast nog wel! Dat zet je bovenaan. Vandaag zie je weer een dier op de foto. Vul die daaronder in. De volgende dagen komt er telkens één dier per dag bij.

 

Statie 3: Getsemané

Marcus 14: 32, 35-36, 40, 44-46 en Johannes 18: 1-3

Ze kwamen bij een plek die Getsemané heette. Jezus en de leerlingen gingen die tuin in. Jezus zei tegen de leerlingen: ‘Ik ga bidden. Blijf hier wachten tot ik terugkom.’ Jezus liep een klein stukje verder. Hij knielde op de grond en begon te bidden: ‘Vader, alstublieft! Geef dat ik niet hoef te lijden. Abba, Vader, voor u is alles mogelijk. Houd toch dit zware lijden bij mij weg! Maar doe alleen wat u wilt, niet wat ik wil.’ Toen hij terugkwam, lagen de leerlingen alweer te slapen. Ze konden hun ogen gewoon niet openhouden. Ze wisten niet wat ze tegen Jezus moesten zeggen.

Judas, de leerling die Jezus zou gaan uitleveren, kende die plaats ook. Want Jezus was daar al vaak met zijn leerlingen geweest. Judas kwam met een groep soldaten de tuin in. Er waren ook dienaren van de priesters en de farizeeën bij. Ze hadden wapens bij zich, en ze droegen fakkels en lampen. Judas had van tevoren met die mannen een teken afgesproken. Hij had gezegd: ‘Ik zal één man groeten met een kus. Dat is de man die jullie moeten hebben. Die moeten jullie gevangennemen. Neem hem mee en bewaak hem goed.’ Judas liep recht op Jezus af. Hij zei: ‘Meester!’ En hij groette hem met een kus. Toen grepen de mannen Jezus vast en ze namen hem gevangen.

Kijkvragen:

1. Zie je Jezus? Wat doet Hij daar?

2. Zie je de leerlingen ook? Wat doen zij?

3. Wie komen daar aan gelopen? Wie loopt er voorop?

 

Praatvragen:

1. Waarom wilde Jezus toch doen wat God de Vader wilde?

2. Schaam jij je ook wel eens als het niet lukte om iets voor een ander te doen wat je beloofd had? Wat kun je dan maar het beste doen?

3. Waarom zou Judas Jezus hebben verraden?

Doe-opdracht:

Ook nu worden mensen nog steeds gevangen genomen en verraden omdat ze willen doen wat God van hen vraagt. Christenen in sommige landen hebben het heel zwaar en moeten ook op een geheime plek samen komen. Bid voor deze mensen. Bid ook voor de mensen die zich in deze tijd thuis opgesloten voelen.

 

Statie 4

Matteüs 26

Jezus is gevangen genomen. De leerlingen zijn alle kanten op gevlucht. Alleen Petrus durft Jezus te volgen. Stiekem op een afstandje. De mannen die Jezus gevangen hadden genomen namen hem mee naar Kajafas de hogepriester. Petrus ging op de binnenplaats bij een vuurtje zitten om te zien wat er zou gebeuren.

De priesters en de leiders van het volk wilden Jezus laten doden. Maar ze hadden geen goede reden. Toen zei de hogepriester tegen Jezus: “Geef antwoord: bent u de messias, de zoon van God?” En Jezus zei: “U zegt het zelf, Ik ben de Mensenzoon. Jullie zullen mij naast God zien zitten en ik kom terug op de wolken.” Toen de hogepriester dat hoorde, zei hij: “Deze man is schuldig en moet gedood worden!” Dat mochten ze niet zelf doen, dus brachten ze hem naar Pilatus.

Ondertussen zat Petrus nog bij het vuur. Er was een meisje dat daar werkte. Ze zag Petrus en zei:”Jij hoort ook bij die Jezus.” Maar Petrus riep: “Welnee, ik heb geen idee waar je het over hebt!” Petrus liep snel weg maar hij werd door een ander meisje herkend. Ze zei tegen iedereen: “Hij hoort bij die Jezus uit Nazareth.” En weer zei Petrus: “Welnee, God weet dat ik die man niet eens ken!” Maar even later zeiden weer andere mensen: “Ja hoor, jij hoort bij die Jezus, ik hoor het aan je stem, je komt uit Galilea.” Toen begon Petrus zelfs te vloeken en hij zei: “Ik ken die Jezus niet!” Op dat moment kraaide er een haan.
Petrus dacht meteen aan wat Jezus had gezegd: “Voor de haan kraait, heb je mijn drie keer verraden.” En hij begon huilen. Hij schaamde zich zo.

Kijkvragen:

  1. Zie je Jezus? Kijkt Hij bang?
    2. Wie staan er om het vuur heen?
    3. Welk dier staat er op de foto? (denk aan de puzzel!)

 Praatvragen:

  1. Hoe komt het dat Jezus niet bang lijkt?
    2. Waarom zegt Petrus dat hij Jezus niet kent?
    3. Heb jij wel eens gelogen? Hoe voel jij je dan?

 Doen:
Petrus schaamt zich heel erg. Maar gelukkig geeft Jezus hem de kans het weer goed te maken, straks als het Pasen is geweest. Misschien moeten wij ook wel sorry zeggen voor iets dat wij gedaan hebben. Niet makkelijk om te doen. Maar als we het gedaan hebben, voelt dat een stuk beter. Tegen wie ga jij sorry zeggen?

Luister: https://www.youtube.com/watch?v=gz4A1YSn1MQ

 

Statie 5: Bij Pilatus (Witte Donderdag)

 Matteüs 27: 11-20, 24 en 26 (BGT)

11 Jezus stond voor ​Pilatus, de bestuurder van de stad. ​Pilatus​ vroeg aan Hem: ‘Bent u de ​koning​ van de ​Joden?’ Jezus antwoordde: ‘U zegt het zelf.’ 12 De ​priesters​ en de leiders van het volk beschuldigden Jezus van allerlei slechte dingen. Maar Jezus zei niets terug. 13 Daarom zei ​Pilatus​ tegen Jezus: ‘Zij vertellen allerlei slechte dingen over u. Waarom zegt u niets terug?’ 14 Maar Jezus gaf nergens antwoord op. ​Pilatus​ was daar erg verbaasd over.

15 Op het Joodse Paasfeest liet ​Pilatus​ altijd één gevangene vrij. Het volk mocht iemand kiezen. 16 Op dat moment zat er iemand in de ​gevangenis​ die Jezus Barabbas heette. Het was een bekende gevangene. 17 Pilatus​ vroeg aan de mensen die bij hem gekomen waren: ‘Wie moet ik vrijlaten? Jezus Barabbas of Jezus die de ​messias​ genoemd wordt?’ 18 Pilatus​ wist precies waarom de ​priesters​ en de leiders Jezus bij hem gebracht hadden. Dat was omdat ze jaloers waren op Jezus.

19 Pilatus​ zat klaar om een beslissing te nemen. Op dat moment kwam er een bericht van zijn vrouw: ‘Pas op! Bemoei je niet met die man, want hij is onschuldig! Ik heb vannacht een vreselijke ​droom​ gehad, die met hem te maken had.’ 20 Maar de ​priesters​ en de leiders zeiden tegen de mensen: ‘Jullie moeten zeggen dat Barabbas vrijgelaten moet worden en dat Jezus gedood moet worden.’ Dat deden de mensen. 

24 Pilatus​ merkte dat de dingen die hij zei, niet hielpen. Het volk leek juist in opstand te komen. Daarom pakte hij wat water en waste zijn handen. Iedereen zag wat hij deed. Toen zei hij: ‘Ik ben onschuldig aan de dood van deze man. Jullie zijn verantwoordelijk.’ 26 Toen liet ​Pilatus​ Barabbas vrij. Maar hij gaf opdracht om Jezus met de zweep te slaan. Daarna gaf hij hem aan zijn soldaten, om hem aan het ​kruis​ te hangen.

Kijkvragen:

  1. Zie je wie Pilatus is en wat hij doet?
  2. Zie je ook Barabbas en de vrouw van Pilatus?
  3. Welke mensen staan vooraan te roepen?

 

Praatvragen:

  1. Waarom zei Jezus niets terug tegen Pilatus, denk je?
  2. Pilatus luistert meer naar de roepende mensen dan naar zijn vrouw of zijn rechtvaardigheidsgevoel. Heb jij ook wel eens verkeerde dingen gedaan die je eigenlijk niet wilde maar toch deed omdat je bang was voor iemand anders?
  3. Barabbas was schuldig maar werd vrij gelaten. Jezus was onschuldig maar kreeg toch die heel erge straf. Jezus was veel machtiger dan Pilatus of de soldaten en toch liet Hij het gebeuren. Wat vind je daarvan?

Luisteren:

https://youtu.be/n0EqhSrnclI

Wat zou Jezus als antwoord geven op de twee vragen van het refrein, denk je?

https://youtu.be/vLtTjBHyAm4 (voor de ouderen)

https://www.musixmatch.com/lyrics/Adrian-Snell/The-Trial (tekst van het lied hierboven)

 

Statie 6: Op Golgotha

n.a.v Lucas 23: 32-35, 38-47 en Johannes 19: 26-27

Ze brachten Jezus naar een heuvel om Hem daar te doden samen met twee misdadigers. Ze hingen hem aan een kruis. Het kruis van Jezus stond tussen de twee andere kruisen in. Jezus zei: ‘Vader, vergeef de mensen die mij doden, want ze weten niet wat ze doen.’ De soldaten deden een spelletje om te bepalen wie Jezus’ kleren kreeg. De mensen stonden te kijken. Ze lachten Jezus uit en riepen: ‘anderen kon Hij redden, red dan ook jezelf’! Ook één van de misdadigers begon te schelden. Hij zei: Jij bent toch de Redder? Red dan jezelf en ook ons! Maar de man aan de andere kant zei: houd toch je mond. Jij hangt ook aan een kruis. Jij en ik hebben onze straf verdiend. Maar Jezus heeft niets verkeerd gedaan. En tegen Jezus zei hij: Wilt u aan mij denken wanneer U koning in de hemel bent? Jezus zei tegen hem: Luister goed naar mij: vandaag nog zul je met mij in de hemel zijn.

Toen zag Jezus zijn moeder staan en naast haar de leerling van wie hij veel hield. Jezus zei tegen zijn moeder: hij is nu uw zoon. En tegen zijn leerling zei hij: zij is nu je moeder. Vanaf nu zou deze leerling op Maria passen en voor haar zorgen. Toen werd het ineens donker in het hele land, drie uur lang, want de zon gaf geen licht. In de tempel scheurde het gordijn voor de heilige zaal doormidden. Toen riep Jezus: Vader, mijn leven ligt in Uw handen. Zo stierf Hij. De Romeinse hoofdsoldaat die bij het kruis stond zag wat er gebeurde. Hij zei: het is zeker, deze man hoorde bij God! En hij ging naar huis en eerde God.

Kijkvragen

1. Wat zijn de soldaten aan het doen?

2. Zie je de moeder van Jezus en de leerling staan?

3. Welk dier zie je? Denk aan de puzzel

Praatvragen

1. Boven Jezus kruis staat een kroon. Waarom zou die daar staan?

2. Jezus moet veel pijn hebben gehad. Maar Hij denkt nu juist aan anderen. Hij vraagt om vergeving voor wat ze Hem aandoen. Hij zorgt dat Zijn moeder straks niet alleen is. Hoe bijzonder is dat?

3. De Romeinse hoofdsoldaat heeft door dat hier iets bijzonders gebeurt is. Dat Jezus niet een misdadiger was maar de Zoon van God. Hij geeft God de eer. Wij noemen deze dag Goede Vrijdag. Wat maakt deze dag zo ‘goed’?

 

Stille Zaterdag: Statie 7a Het graf

Johannes 19: 38, 41-42 en Matteüs 27: 62-66

Toen al die dingen gebeurd waren, ging ​Josef​ uit Arimatea naar ​Pilatus​ toe. ​Josef​ was een ​leerling​ van Jezus, maar in het geheim. Want hij was bang voor de Joodse leiders. ​Josef​ vroeg aan ​Pilatus​ of hij het lichaam van Jezus mee mocht nemen. ​Pilatus​ vond dat goed. Toen nam ​Josef​ het lichaam mee.

Er was een tuin vlak bij de plaats waar Jezus was gestorven. En in die tuin was een nieuw ​graf, waarin nog nooit iemand ​begraven​ was. Daar legden ze Jezus neer. Want dat ​graf​ was dichtbij, en de ​sabbat​ zou bijna beginnen.

De volgende dag was het ​sabbat. Een groep ​priesters​ en ​farizeeën​ ging naar ​Pilatus​ toe. Ze zeiden: ‘Heer, we willen u iets vragen. Toen die bedrieger Jezus nog leefde, heeft hij gezegd: ‘Drie dagen na mijn dood zal ik opstaan uit de dood.’ Wilt u daarom opdracht geven om het ​graf​ drie dagen lang te bewaken? Anders komen zijn ​leerlingen​ het lichaam stelen en dan zeggen ze tegen het volk: ‘Jezus is ​opgestaan​ uit de dood!’ En daarmee zullen ze het volk nog erger bedriegen dan Jezus al deed.’ Pilatus​ antwoordde: ‘Jullie krijgen soldaten mee om het graf te bewaken. Doe verder zelf wat jullie nodig vinden.’ De ​priesters​ en de ​farizeeën​ gingen naar het ​graf. Ze zorgden ervoor dat niemand het ​graf​ zomaar kon openmaken. En ze gaven de soldaten opdracht om voor het ​graf​ te blijven staan.

Kijkvragen:

  1. Zie je de soldaten staan voor het graf?
  2. Hoe heet die man van wie het graf is, die erbij staat?
  3. De steen voor het graf is verzegeld. Het graf kon niet zomaar open. Hoe zie je dat?

 

Praatvragen:

  1. Waar zijn de leerlingen van Jezus nu, denk je? Wat zouden ze doen?
  2. Wat vind je van het plan van de priesters en farizeeën?
  3. Als je in Jezus gelooft, dan vergeeft God jouw fouten en mag je eeuwig met Jezus leven. Dan is het net alsof de foute dingen uit jouw leven in Jezus’ graf gaan en je met Jezus uit het graf opstaat in een nieuw leven. Het lijkt ook op de bomen: In de lente groeien er weer nieuwe blaadjes aan. Maar de dorre blaadjes moesten daarvoor wel eerst in de herfst afvallen. Welke foute dingen wil jij graag in het graf doen; met welke foute dingen in jouw leven wil jij graag stoppen?

 

Liederen:

https://youtu.be/jwKdlDjo9jw

https://youtu.be/BtxAtBQfvQ0

 

Paaszondag Statie 7b: De opstanding

Matteüs 28: 1-2a en 4, Johannes 20: 11a, 15-18
De sabbat was voorbij. De volgende dag gingen Maria uit Magdala en de andere Maria bij het graf kijken. Het was nog vroeg, de zon kwam net op. Opeens was er een grote aardbeving. De soldaten die het graf moesten bewaken, beefden van angst en vielen op de grond. Het leek alsof ze dood waren.
Maria bleef huilend bij het graf staan. Jezus vroeg aan haar: ‘Waarom huil je? Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was, en zei: ‘Meneer, hebt u soms mijn Heer uit het graf weggehaald? Vertel me dan waar u hem naartoe gebracht hebt! Dan kan ik hem meenemen.’ Jezus zei tegen haar: ‘Maria.’ Maria ging naar hem toe en zei: ‘Rabboeni!’ Dat is Hebreeuws en het betekent: meester. Maar Jezus zei tegen haar: ‘Houd me niet vast, want ik moet omhooggaan naar de Vader. En jij moet aan mijn vrienden gaan vertellen dat ik gezegd heb: ‘Ik ga omhoog naar mijn Vader, die ook jullie Vader is. Ik ga naar mijn God, die ook jullie God is.’’ Toen ging Maria uit Magdala naar de leerlingen. Ze zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat Jezus tegen haar gezegd had.

Kijkvragen:
1. Zie je Jezus staan? Wat doet Hij?
2. Wat doen de soldaten en wat doet Maria?
3. Wat ligt er nog in het graf?

Praatvragen:
1. Zou jij er ook zo graag bij hebben willen zijn, daar in die tuin?
2. Hoe kunnen wij er ook nu nog steeds zeker van zijn dat Jezus leeft?
3. Zie ook de laatste praatvraag van gisteren. Ook wij mogen met Jezus opstaan in een nieuw leven, nu al! Met welke goede dingen of goede gewoonte zou jij vanaf nu willen beginnen?

Voor de nieuwsgierigen:
1. Ben jij benieuwd hoe het verder ging met de soldaten bij het graf? Lees Matteüs 28: 11-15.
2. Ben jij benieuwd hoe het verder ging met Petrus, Johannes en de andere leerlingen? Lees Johannes 20: 6-10 en 19-28.
3. Ben jij benieuwd hoe het verder kan gaan met jou? Lees Johannes 20: 29-31 en 21: 21-22.

Dierenpuzzel:
Heb je alle dieren gevonden en opgeschreven op het puzzelblad? Dan kun je nu de acht letters op de goede plek proberen te zetten. Welk woord is de oplossing? Geef daar dan een mooi voorbeeld van en stuur het op naar: domineevandenbrink@outlook.com. Wie weet krijg je dan een leuk prijsje!

 

Paasverhaal staties (slot) en foutje dierenpuzzel…

Degenen die lekker bezig waren met de dierenpuzzel hebben het vast al gemerkt: Er is een fout op het invulblad gemaakt! Er stonden maar voor 7 dieren vakjes op, terwijl er 8 waren…! Na het vierde dier (4 letters) had nog een dier moeten staan met vier letters… Misschien kun je de puzzel nu alsnog afmaken?

Als goedmakertje voor deze onduidelijkheid hierbij nog een extra overzichtsfoto waar van elke duplostatie wel iets op staat. Kun je alle 7 plekken nog aanwijzen en vertellen welk verhaal daar bij hoort?

En the making of…: Eerst heb je een idee: Met Duplo het paasverhaal uitbeelden. Dan verdeel je het paasverhaal in verschillende hoofddelen (waarbij je ook veel stukken overslaat). Dan maak je een grove schets: Welke plaatsen bouw ik na voor deze scènes? We hebben ze ‘staties’ genoemd, verwijzend naar de 14 kruiswegstaties, en tegelijk erop doelend dat het momentopnamen zijn. Een heel verhaal wordt in één beeld gevangen.

Voor deze staties hebben we dankbaar gebruik gemaakt van een paar sets van Duplo die de basis legden: prinsessenkasteel 4820 (en evt. 4821 voor paard en extra muur) was heel handig voor het optrekken van de muren van Jeruzalem, maar ook voor de vrouwen (Maria’s), Pilatus/ hoofdman/Josef van A., kronen als versiering van de tempel en symbolische bordje op Jezus’ kruis, kleren bij intocht en Golgotha, etc. Verder was ook de politieachtervolging 10532 heel bruikbaar voor de gevangenisdeur, Barabbas, priester/farizeeër, geld op het tempelplein en de marktkraam 5683 voor Petrus, de vrouw van Pilatus, de poes, brood en wijnbeker, kratten voor vuurkorf, wasvat etc. Tenslotte de details: Wat heb ik nog meer en kan ik ergens in het verhaal verwerken? Een laadbak als brandofferaltaar, een benzinepompslang als touw (creative auto’s), een cupcake vulling als grafsteen (mijn eerste taartjes) en kaarsjes als vuur en fakkels, bruine blokken voor Golgotha (my first celebration). Daarnaast konden we uiteraard ook veel boerderijdieren gebruiken! Gelukkig is er tegenwoordig veel duplo tweedehands verkrijgbaar (Marktplaats!) en zijn er zelfs winkels waar je losse figuren kunt kopen (waar wij de soldaten en een ezel vandaan hebben).

Onze zoon kwam met het voorstel om in elke statie een dier te verwerken en zo werd het idee van de puzzel geboren. Wie weet komt er nog eens een vervolg met andere Bijbelverhalen…